Test: Heb ik OCD?

De Engelse afkorting OCD staat voor Obsessive Compulsive Disorder. In het Nederlands spreken we ook wel van de dwangstoornis, een psychische aandoening die wordt gekenmerkt door obsessies en compulsies. Obsessies zijn ongewenste gedachten die zich bij je kunnen opdringen: ‘wat als er brand uitbreekt’ of ‘als ik maar niet besmet ben geraakt’. Compulsies zijn handelingen die je uitvoert in een poging de angst of het ongemak te verminderen, bijvoorbeeld het gasfornuis checken of je handen wassen. Verder kan OCD gaan over een obsessie voor orde en symmetrie en zich uiten in het rechtleggen of categoriseren van spullen. Herken jij dit? Hoe dwangmatig ben jij? Doe de test!

Bron: OCD-items afgeleid van Goodman, W.K., Price, L.H., Rasmussen, S.A. et al. (1989). The Yale-Brown Obsessive Compulsive Scale. Arch Gen Psychiatry, 46, 1006-1011.

Instructie

Vragen 1 t/m 5 gaan over obsessies. Obsessies of dwanggedachten zijn ongewenste ideeën, beelden of impulsen die zich opdringen, ondanks pogingen ze te weerstaan. Ze draaien meestal om thema’s als schade, risico en gevaar. Veelvoorkomende obsessies zijn buitensporige angst voor besmetting; terugkerende twijfels over gevaar; extreme preoccupatie met orde, symmetrie of precisie en angst om belangrijke dingen kwijt te raken.

Vragen 6 t/m 10 gaan over compulsies. Compulsies of dwanghandelingen zijn neigingen die mensen hebben om dingen te doen die gevoelens van angst of ongemak te verminderen. Vaak voeren ze rituelen uit: herhaalde, doelgerichte en opzettelijke gedragingen. Het gedrag op zichzelf kan passend lijken, maar het wordt een ritueel wanneer het buitensporig vaak of in overdreven mate wordt gedaan. Voorbeelden zijn wassen, controleren, herhalen, rechtleggen en verzamelen/hamsteren.

Kies bij elke vraag voor het antwoord dat het meest op jou van toepassing is.

1. Hoe vaak per dag heb je last van dwanggedachten?




2. In hoeverre belemmeren je dwanggedachten je functioneren op je werk, op school, in sociale situaties of of op andere belangrijke gebieden?




3. Hoe onrustig word je door deze gedachten?




4. Hoe vaak probeer je om de obsessieve gedachten uit je hoofd te zetten, ze te negeren of je aandacht ervan af te leiden?




5. In hoeverre heb je je dwanggedachten onder controle en lukt het om ze uit het hoofd te zetten?




6. Hoeveel tijd per dag besteed je aan dwanghandelingen?




7. In hoeverre belemmeren je dwanghandelingen je functioneren op je werk, op school, in sociale situaties of of op andere belangrijke gebieden?




8. Hoe onrustig word je als de dwanghandelingen niet zou kunnen uitvoeren?




9. Hoe vaak probeer je om je de dwanghandelingen te bedwingen?




10. In hoeverre heb je je dwanghandelingen onder controle en lukt het om ze te bedwingen?